TOEN

 

De klompen van Boer Schuur
        
        
                                              

In de Kerkstraet onder den toren stond een auwerwets café.

Ze tapten er Jack - Op en Osschotse Bruine, maar, ze hadden er geen WC.
Als die van Wesemael moesten plassen, dan gingen ze bij boer Schuur,
daar pisten ze dan met veel gesproei tegen zijne lemen muur.

Maar boer Schuur had er genoeg van, en hij zei tegen zijn Gwendolin:
"Schat, daar moet een eind aan komen, want bij elk café hoort toch een pissin.
Vanavond in den donker maak ik een eind aan al dat gezeik.
Den eerste den beste die tegen onze muur pist, dieje sla ik op zijn kweik."

"Ik ga achter de struiken zitten met nen knuppel stevig en dik,
en de volgende die komt zeiken, sla ik boven op zijne pik."
Ja, boer Schuur was niet verlegen, en zo gezeid en zo gedaan,
zat hij 's avonds te wachten,  ............ 't was toevallig volle maan.

Nen heelen tijd zat hij te waken in de kou en in de mist,
het liep naar negen ure, en nog genen éne had er gepist.
En boer Schuur werd steeds koleiriger, moordgedachten in zijne kop.
maar hij bleef het geduldig boerke, want, zo rap gaf de Schuur niet op.

Opeens kwam iemand aangelopen en boer Schuur ging vast stevig staan.
't  Was moeilijk te zien wie 't was, want er hing een wolkje voor de maan.
Maar 't kon de boer geen fluit verdomme, wiens fluit het was dat bleef gelijk.
Want wie dáár nu zou gaan pissen, dieje kreeg ne klap recht op zijn kweik.

Voorzichtig sloop den boer naar voren en keek eerst voorzichtig rond.
En opeens toen hij dichterbij kwam, keek hij tegen een blote kont.
Ja, maar nu wordt het nog straffer, boer Schuur barstte van venijn:
"Als ze hier ook nog komen scheiten, dan krijg ik het vliegend flerecijn".

In radeloze woede ging boer Schuur wat dichter staan.
Hij hief zijne knuppel hoog in de lucht en net toen hij wou slaan
kwam het maantje vanachter de wolken en boer Schuur zag wie het was.
't Was de vrouw van de burgemeester, dat mens moest dringend hare plas.

Verdomme, was dát even schrikken, den boer wou daar snel vandaan.
In volle vaart begon hij te rennen en liet zelfs zijn klompen staan.

Maar het vrouwke had den boer gezien en gehoord.
Het menske schrok zich nen bult nu hare plas plots werd verstoord.

Ze trok haar broekske over haar witte billen en begon te gillen uit alle macht.
A's ge niet beter had geweten, zoude zeggen ........ ze is verkracht.
De deur bij Boeres vloog open en ieder kwam naar buiten gerend.
"Waar is die schurk zo gauw gebleven? Waar is die vieze vuile vent?"

Boer Schuur bleef nog een tijdje rennen, tot hij was uit het licht van de maan
en een eindje verder in den akker zijnen hooimijt zag staan.
Daar is hij in het hooi gedoken, gelukkig was het lekker zacht
en is daar blijven slapen voor de rest van de nacht.

's Morgens vroeg is hij gaan zoeken, want hij wilde zijn klompen terug.
Maar zijn klompen waren verdwenen, dat zag ons boerke Schuur heel vlug.
Toch bleef hij nog een tijdje zoeken en keek verdwaasd in 't rond.
Die klompen waren bewijzen dat hij 't vrouwke had gezien in hare blote kont.

Toen hij later naar het dorp ging voor nieuw klompen, keek hij zuur,
toen hij zijn klompen zag hangen, bij den burgemeester aan de muur
met paasbloemen in de linkse en tulpen in de rechtse klomp, zowaar
hingen zijn klompen daar te pronken aan een koppel spijkers naast elkaar.

Ge kunt zeker wel begrijpen wat boer Schuur zou hebben gedaan
als  hij de burgemeester niet had zien staan lachen achter het raam.
En vele jaren later, keek het venijnig boerke nog altijd zuur
iedere keer als hij in 't dorp kwam naar zijn klompen aan dieje muur.

 Vrij naar en met dank aan Anoniem, Scatologica Cubra.

Gepubliceerd in Rotsvast Rotselaar, het tijdschrift van de heemkring Groot-Rotselaar.